Afschilmodel

Omdat we als school adaptief willen werken, moeten we in ons onderwijs tegemoet komen aan de individuele verschillen tussen leerlingen. Die verschillen zijn niet alleen zichtbaar in uiterlijke kenmerken, maar ook merkbaar door verschillen in inzicht, begrip, motivatie, belangstelling, tempo, geheugen en vaardigheden.
De belangstelling van de leerlingen kunnen we in ons onderwijs vergroten door aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen, motivatie kun je vergroten door te stimuleren en te belonen, vaardigheden kan je oefenen (herhaling is daarbij heel belangrijk). Het geheugen kun je trainen.
Inzicht en begrip zijn direct gebonden aan intelligentie.
Deze zijn minder beïnvloedbaar en als leerkracht moet je dus rekening houden met de verschillen tussen leerlingen op deze gebieden.
Dat doen we door de instructie (de uitleg) aan te passen aan het inzicht en begrip van de leerlingen.

Het model dat we daarvoor gebruiken heet “het afschilmodel”.
Tijdens de uitleg bepaalt de leerling zelf wanneer hij/zij aan de opdracht kan beginnen.
De leerlingen met een vlot begrip en goed inzicht kunnen na het bekijken van de opdracht vaak direct beginnen. Dit noemen we het eerste “afschilmoment”.
Het tweede “afschilmoment” is voor de leerlingen die de basisinstructie begrepen hebben en de opdracht kunnen maken.
De leerkracht houdt dan nog een groepje leerlingen over, die meer en andere instructie nodig hebben. Vaak wordt er voor en door deze leerlingen concreet materiaal gebruikt om de leerstof inzichtelijk te maken. Ook kan de leerkracht besluiten de leerstof eenvoudiger te maken of de hoeveelheid leerstof te beperken. De leerlingen van het laatste afschilmoment maken dus ook minder van de opdracht dan de leerlingen die direct zijn begonnen.
De leerlingen van het eerste afschilmoment maken niet alleen de basisopdracht, maar ook de extra opdrachten, die vaak moeilijker zijn en meer kennis en inzicht vragen van de leerling.

Het grote voordeel van het afschilmodel is de effectieve leertijd:
Leerlingen hoeven niet meer op elkaar te wachten en kunnen aan het werk als ze dat kunnen.
Leerlingen die een andere uitleg nodig hebben, krijgen die ook.

Een ander belangrijk voordeel is, dat het onderwijs een activiteit van de leerling wordt
Leerlingen zijn gemotiveerder, omdat ze hun werk (opdracht) zelf kunnen indelen.
Leerlingen leren oplossingen te zoeken voor hun vragen.
Leerlingen leren verantwoording te dragen voor de opdracht die ze uitvoeren.
Leerlingen leren hun eigen werk te beoordelen, zowel qua inhoud als hoeveelheid.

Tenslotte wordt door deze werkwijze de deskundigheid van de leerkracht optimaal benut.
De leerkracht moet zich verdiepen in de leerproblemen van de leerlingen.
De leerkracht moet passende uitleg geven (met concreet materiaal).

Kortom: Deze manier van werken vergroot de zelfstandigheid van leerlingen en doet recht aan de
verschillen, die tussen leerlingen bestaan.

Bij de werkwijze van het afschilmodel gebruiken we een kokertje met twee kleuren. Een groene kant, die naar boven staat als de leerling begonnen is aan de opdracht en een gele kant met vraagteken als de leerling tijdens het werk bij een probleem komt, waarvoor hij/zij geen oplossing heeft.
De leerlingen, die aan de uitleg meedoen, laten het kokertje plat op tafel liggen, zodat de leerkracht in één oogopslag kan zien, welke leerlingen de uitleg volgen.

Het afschilmodel is minder geschikt voor lessen waarin veel informatie gegeven wordt, zoals bij geschiedenis, aardrijkskunde of biologie. In die lessen is veel interactie tussen leerkracht en leerlingen d.m.v. groepsgesprekken, vertellen en kennisoverdracht. Dit is bestemd voor alle leerlingen.